Waar beoordeelt het CBF uw stichting op?

Waar beoordeelt het CBF uw stichting op?

Waar beoordeelt het CBF uw stichting op?

Het CBF is het Centraal Bureau Fondsenwerving. Deze organisatie verzamelt sinds 1925 allerhande gegevens over fondsenwerving en de talloze goede doelen in Nederland.

Een fondsenwervende instelling is een stichting of andere een particuliere ‘organisatie zonder winstoogmerk’ (OZW). De instelling heeft een helder omschreven, statutair vastgelegd ideëel of maatschappelijk doel. De inkomsten van een fondsenwervende instelling zijn het directe resultaat van publieke vrijgevigheid. Er staat geen (evenredige) tegenprestatie tegenover.

Vier niveaus

Jouw stichting kan door het CBF op vier niveaus worden beoordeeld:

  1. CBF-certificaat voor Kleine Goede Doelen
    Dit keurmerk is in 2009 in het leven geroepen voor kleine stichtingen die niet snel zullen groeien.
  2. Verklaring van geen bezwaar
    Deze verklaring vraag je aan als jouw stichting recent is opgericht en vrij snel zal groeien. Criteria zijn gelijk aan die voor het CBF-certificaat, de beoordeling is echter minder zwaar.
  3. Beoordeling kleding inzamelende instellingen
    De criteria zijn gelijk aan de criteria voor de Verklaring van geen bezwaar. Doel van de beoordeling is gemeenten te adviseren bij het verstrekken van vergunningen.
  4. CBF-Keur
    Het keurmerk richt zich op grote fondsenwervende instellingen die aan alle strenge eisen voldoen.

Criteria fondsenwervende instellingen

Het CBF beoordeelt fondsenwervende instellingen op een aantal criteria. Deze criteria zijn ingedeeld in vijf categorieën:

  1. Bestuur  
    Het CBF bekijkt of het bestuur zodanig is samengesteld dat elk afzonderlijk bestuurslid één stem heeft en zijn of haar taak onafhankelijk en integer kan uitvoeren. Het bestuur moet bestaan uit ten minste vijf bestuursleden, waarbij de onafhankelijke bestuursleden (bestuursleden zonder familiebanden) de meerderheid hebben. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vijf jaar en mogen daarna herverkiesbaar zijn. Verder wordt gelet op een scheiding tussen ‘besturen’ (uitvoeren van/leiding geven aan de dagelijkse gang van zaken) en ‘toezichthouden’. Het CBF eist dat er minimaal 3 toezichthouders zijn.
  2. Beleid  
    Bij de beoordeling van een goede doelen stichting bekijkt het CBF of er een meerjarenplanning is opgesteld met een toekomsthorizon van ten minste drie jaar. Het plan omvat een omgevingsanalyse en vertaalt dit voor het komende jaar naar een jaarplan. Daaraan zijn activiteiten, een begroting en meetbare doelstellingen gekoppeld. Er vinden regelmatig evaluaties van de plannen, activiteiten, resultaten en de organisatorische opzet plaats.
  3. Fondsenwerving 
    De kosten van eigen fondsenwerving bedragen niet meer dan 25% van de baten ervan. Verder moet jouw stichting transparant zijn. Naar buiten toe is het voor alle geïnteresseerden te allen tijde duidelijk wat de identiteit van de stichting is, wat de doelstelling is, wat de fondsenwervende activiteiten zijn, wat de actuele stand van realisatie van projecten is en hoe de stichting er financieel voor staat.
  4. Besteding van middelen 
    Bevoegdheden en verantwoordelijkheden moeten helder en schriftelijk zijn vastgelegd. Procedures en criteria dienen glashelder te zijn. Bij het uitvoeren van activiteiten wordt altijd binnen de grenzen van de begroting gewerkt: elke afwijking naar boven of beneden (!) wordt door een bestuursbesluit goedgekeurd. Als maatstaf voor de beoordeling van de besteding van middelen wordt een prachtige volzin gehanteerd: “de instelling dient continu te werken aan een optimale besteding van middelen, zodat effectief en doelmatig gewerkt wordt aan het realiseren van de doelstelling”. De stichting legt de identiteit, de achtergrond en de betrouwbaarheid vast van de begunstigden en van de bij realisatie van projecten betrokken partijen. Er is een rapportage van de voortgang van de bestedingen aan de doelen.
  5. Verantwoording en informatievoorziening 
    De stichting betracht volledige openheid bij informatieverstrekking. Wensen, vragen en klachten worden op een ordentelijke, liefst in procedures vastgelegde manier afgehandeld. De jaarverslaggeving is ingericht overeenkomstig de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen. Het beleid, de communicatie, de kwaliteitsborging van de organisatie en de besteding van de middelen in relatie tot de doelstelling zijn als afzonderlijke delen herkenbaar. Het jaarverslag is openbaar en goedgekeurd middels een accountantsverklaring.